Ik ben al in Benalmádena!

Ik ben inmiddels al twee weken in Spanje en behalve een te enthousiast geopend blikje tonijn in olijfolie is eigenlijk alles behoorlijk vlekkeloos verlopen. Geen vertraging gehad met de vlucht, een relaxte week bij de “schoonouders” en huisdieren, officieel ingeschreven als inwoner van Benalmádena, en na twee keer vroeg opstaan en lang aanschuiven mijn NIE (een identificatienummer voor buitenlanders die willen werken in Spanje) te pakken gekregen… Op dat vroege opstaan na, heb ik dus alsnog geen reden tot klagen. Het weer zit mee en de wind ook, naargelang van welke richting je komt. De moeilijkste job nu is … een job vinden. Ik moet zeggen dat ik daaromtrent weinig bemoedigende gesprekken heb gehad de voorbije weken. Buitenlanders die na enkele werkloze maanden teleurgesteld terugkeren naar hun vaderland of die nooit volledig aanvaard werden door hun Spaanse collega’s zijn hier geen rariteit. Eerlijkheidshalve moet ik er wel bij zeggen dat de meeste van die buitenlanders Engelsen waren, een mensensoort die niet bepaald bekend staat om haar flexibiliteit tegenover andere niet Engelsgezinde culturen zoals bv. Spaanse.  Al zijn er altijd uitzonderingen. Om ook iets goed te zeggen over de Engelsen… ze hebben het beste voetbal. ik heb mijn vaste stek al gevonden om de live wedstrijden van Man. United te volgen. Een Britse pub met gemiddeld een scherm per 5 vierkante meter. Als de serveerster voor het grote scherm staat kan je nog altijd volgen op een van de andere zes schermen. Al heb ik door diezelfde serveerster wel 5 minuten van de voetbaltopper tegen Arsenal gemist omdat ze mijn halve euro met onze koning op de achterkant niet wou aanvaarden. “this is not a Spanish euro”. En ik maar roepen “it doesn’t matter! this is a Belgian euro! I’m a belgian.This is my king!  We’re also part of the Eurozone.” Enfin, uiteindelijk heb ik haar een Duitse euro gegeven, die ze dan weer zonder aarzelen aannam. Ongelooflijk. Voor de rest was ze wel aardig. 

Veel Spanjaarden ken ik hier nog niet. Het is ook niet zo eenvoudig contact met ze te leggen. Ze mijden “guiris” (zo noemen ze buitenlanders hier),waarschijnlijk uit een soort schaamtegevoel voor hun eigen gebrekkige talenkennis, maar ook wel omdat zowat de helft van hun stadje is opgekocht door buitenlanders. vandaar dat ik met de gedachte speel een taalcursus Duits te gaan volgen om zo toch een paar Noord-Europeesgezinde Spanjaarden te leren kennen. En natuurlijk ook om mijn Duits wat aan te scherpen. Dat doet er mij aan denken… ik ging vandaag nog een uurtje Duits studeren uit het woordenschatboekje van Irene met poëtische voorbeeldzinnetjes als “Au! Du bist mir auf die Zehen getreten!” Zinnetjes waarvan de kans dat ik ze ooit zal moeten gebruiken even miniem is als de kans dat ik met een Duitse schone salsalessen ga volgen. Maar dat dacht ik ook van “I’m a belgian! This is my king!” Je weet maar nooit.

~ door nicolangelo op november 3, 2007.

Reageer