De Belgische ambassade in de provincie Málaga.
Vandaag ben ik op zoek gegaan naar mijn nieuwe identiteitskaart. Ze lijkt een beetje op die van vroeger (die van voor de chip) maar dan met een blauw tintje en van een iets groter formaat (om er zeker van te zijn dat ze in geen enkele portemonnee past). Voor alle duidelijkheid, ik blijf nog altijd Belg. Tenminste als het land ondertussen niet gesplitst wordt. Bij mijn zoektocht naar mijn nieuwe indentiteit moest ik niet naar Malaga-stad, waar alle andere ambassades zich bevinden, maar naar Mijas Costa, ooit een van alle kapitalistische invloeden verstoten inteeltgehuchtje, nu voornamelijk een opvangcentrum voor overwinterende Duitsers. Maar zelfs dit stadje straalde iets teveel grootsheid uit om daar onze ambassade neer te poten. Neen, onze ambassadeur(s?) woont in een buitenwijkje ergens naast kilometerpaal 202. Ik had nog geluk dat er een bushalte was. Op een of andere manier deed de wijk me denken aan Hobbitstee (voor de Tolkienfans onder ons). Allemaal lage kleine witte huisjes die verspreid lagen over een groene grasheuvel. Aan een van die tuinhuisjes hing onze nationale driekleur. Kei schattig! Een sprookjespad tussen de bloemetjes leidde naar de inkomsthal die tevens dienst deed als wachtzaal. Drie stoelen en een tafeltje met daarop een petitie om voor de eenheid van België te pleiten. Wachten was echter niet nodig. Ik zag meteen dat het kantoortje leeg was. Niet helemaal leeg, want achter de deurwand zat een kantoorklerk met de handen in de nek en met gesloten ogen achteroverleunend naar de Spaanse radio te luisteren. Een eenvoudig kuchje hielp hem terug te keren uit dromenland, wat voor een ambassadeur België zou moeten zijn, denk ik dan. Het was een Waal of Brusselaar die de Vlaamsche taal nagenoeg perfect beheerste. Echt een vriendelijke man, ofwel was hij gewoon blij nog eens te kunnen babbelen. Hoe dan ook, het was een verademing om iemand met een administratieve functie nog eens te zien glimlachen, want mijn ontmoetingen met de Spaanse overheidsinstanties verliepen niet bepaald in de sfeer van een picknick in het park. Die met de Belgische dan weer vreemd genoeg wel. (“een pralineke?”) Zit die vriendelijke man daar puur ter bevordering van het heimweegevoel ofzo? Na zoveel gezelligheid kon de anticlimax niet uitblijven: “uw hoofd is niet groot genoek”. Ik wist even niet wat ik daarop moest zeggen. Maar dan vervolgde hij geruststellend: “u zult uw pasfoto’s opnieuw moeten laten nemen. Het formaat is niet juist”. Dus ga ik morgen gewoon opnieuw een pralineke eten. De mevrouw waar ik de pasfoto’s laat nemen is trouwens eveneens een toonbeeld van vriendelijkheid, al zijn haar smeekbedes om me te doen lachen voor de foto tevergeefs. Benieuwd hoever ze daar deze keer voor zal gaan….

Reageer