Hoogseizoen en voetbal.

 

Lang geleden… ik weet het. Na twaalf uur werken en enkel terend op mijn dagelijkse portie paella en tortilla ontbreekt het me tegenwoordig de energie en goesting om een artikeltje te schrijven over hoe mijn dag op het werk was. Op zondag, voel ik me nog eens drie keer zo moe. Deze week kwam daar dan nog eens nachtlawaai bij van voetbalgekke Spanjaarden die tot drie uur ’s nachts hun vreugde uiten omdat ze zich altijd maar weer kwalificeren voor de volgende ronde voor het EK voetbal. Dit doen ze door vuurwerk af te steken en de hele nacht al toeterend door de straten te rijden in hun met Spaanse vlaggetjes versierde wagens. En dat in een land dat een week geleden nog geheel plat lag door stakingen en protesten tegen de stijgende olieprijzen. Voetbal blijft belangrijker.

Wanneer de Spanjaarden niet speelden was ik nog steeds verzekerd van mijn slaapgebrek door de “fería” die op een kilometer van onze voordeur plaats heeft. Een hele week lang staat er een kermis opgesteld met kraampjes en dranktenten die elk over hun eigen muziekinstallatie beschikken en die elkaar wanhopig proberen te overstemmen. Er zijn kraampjes met Flamencomuziek, Sevillanas, Rumba, Samba, Bossa Nova en snoeiharde “boenkeboenke”. De muzikale brij die met de wind onze slaapkamer bereikt valt echter met geen muzikale term te beschrijven. Het is in elk geval niet dansbaar. Slaapbaar evenmin. Tel daar nog een nachtelijke temperatuur van rond de 26 graden bij en je kan de grootte van de wallen onder mijn ogen berekenen.

Toch ben en blijf ik optimistisch. Ik sta elke dag op met de zon en iedereen die ik zie loopt er ontspannen en in vakantiehumeur bij. Niet in de spiegel kijken is dus de boodschap.

 Ik kijk al drie weken niet meer naar het weerbericht, want dat kan ik zelf ook voorspellen: zon, zon, zon. De laatste dagen sta ik te gidsen bij een temperatuur van om en bij de 40 graden. Ik zie mijn arme klanten zweten terwijl ik doodleuk sta te vertellen over de geschiedenis van Spanje en over de bloemetjes en de bijtjes. Desondanks heb ik de indruk dat de meeste mensen tevreden, maar halfdood naar hun hotel terugkeren. Het heeft even geduurd, maar ik begin nu ook van mijn bazen signalen op te vangen dat ik goed ben in deze job. Op sommige dagen laten ze me zelfs gidsen voor een groep van zestig man. Dat is wel kicken. Dat zijn dan meestal multinationals die hun beste verkopers belonen met een trip naar Andalusië en die ze dan gezamenlijk een jeeptocht laten maken.

Toch kan ik dit niet blijven volhouden. Ik heb weinig tot geen leven buiten mijn job en ook voor Irene is het niet aangenaam haren “boyfriend” maar anderhalf uur per dag te zien. We zien wel of er iets anders en beters uit de lucht valt….   

 

   

~ door nicolangelo op juni 29, 2008.

Reageer