AAAJDIDDITMAAJWEEJ
Mijn laatste dagen zitten erop…bij Born2Bwild weliswaar. Het is een mooi hoofdstukje voor mijn memoires later. Eentje waarover ik met veel plezier zal schrijven, maar ook eentje dat niet meer dan acht bladzijden in beslag moet nemen.
De laatste weken begon het groenste stukje natuur van de provincie Malaga er steeds dorder en doodser uit te zien, een beetje zoals mijn leven buiten de job. Maar ook in de job zelf kwam er iets teveel routine bij kijken. Ik probeerde het de laatste weken voor mezelf nog wat leuk te houden door wat meer humor in mijn verhaal over de geschiedenis van de Moren in Spanje te steken en door mensen te laten zingen in mijn jeep, maar na een tiental dagen verlies je toch het engagement in je mopjes en de psychologische truukjes om mensen aan het zingen te krijgen in de verzengende hitte van een 4X4 vragen ook veel van je energie. Al is het beeld van de verbaasd achteromkijkende groep Fransen in de jeep voor je, wanneer ze mijn auto vol Duitsers “Du” van Peter Maffay horen brullen, onbetaalbaar. De verbaasde blik van de fransen was onbetaalbaar. Niet het gezang van mijn Duitsers, voor de duidelijkheid.
Anderhalve week geleden had ik op de lange terugweg naar de hotels 5 verschillende nationaliteiten in mijn auto zitten. Dat betekent dus een oorverdovende stilte, aangezien niemand met elkaar kon communiceren. Natuurlijk deed onze oude vriend Murphy weer zijn werk en kwamen we in een file terecht. Hatelijk want ik heb geen autoradio en smalltalk in 4 talen tegelijkertijd is nog weerzinwekkender dan het in 1 taal is. Toen kwam ik op het idee om een mini-eurovisiesongfestival te organiseren. Om de boel op gang te krijgen zong ik samen met een Nederlands meisje dat naast me zat “vlieg met me mee” van Paul de Leeuw. Ik weet niet meer wat de Oostenrijkers en de Fransen zongen, maar de vijfminuten durende versie “Old Macdonald had a farm…”, gezongen door Schotse vrouw van in de zeventig zal me eeuwig bijblijven. Iedereen lag in een deuk toen ze vervolgens een hond, een kat , een eend, een aap, een geit en nog wat fauna ten beste gaf. Ze ging dan ook naar het hotel met de twaalf punten op zak.
Nog een klassieker voor in mijn gids “Plezier in de 4X4” is vragen aan alle passagiers om in hun handen te klappen van zodra we in een tunnel rijden, zodat ik kan horen dat ze elkaar niet stiekem bepotelen in het donker. Natuurlijk vroeg ik dat niet wanneer de auto vol met kindjes zat. Dan zou het iets pervers krijgen. Zeker uit de mond van een Belgische chauffeur, want Dutroux kennen ze in het buitenland ook nog.
Verder waren mijn laatste weken zoals alle eerdere weken. Een keer zijn we nog wel in een bosbrandje verzeild geraakt. Dat was wel spectaculair. Dan zie je de helikopters water uit een meer halen dat we aan het einde van de dag bezoeken. Toen we erin zwommen, waren ze nog bezig. De brand zelf was vrij snel onder controle, omdat het in de nabijheid van een wit dorpje was en dus relatief snel opgemerkt werd.
Voorts kan ik nog zeggen dat het met Irene en mezelf goed gaat en dat we vanaf morgen enkele dagen richting Cadiz trekken met ons tentje. Haar moeder doet de omgekeerde tocht en blijft een paar dagen in ons appartementje waken. Blaffen doet ze niet, maar bijten wel. Inbreker, U weze gewaarschuwd.

Reageer